Bankrekening opgezegd? Wat u moet weten over de Wwft-opzegging

Bankrekening opgezegd? Wat u moet weten over de Wwft-opzegging 

Jasper Hagers – Fennek Advocaten Amsterdam

Stel: u ontvangt een brief van uw bank. De bancaire relatie wordt beëindigd. Geen betaalrekening meer, geen zakelijke rekening, soms ook uw hypotheek onder druk. De reden? De bank kan haar klantonderzoek niet afronden. U herkent uzelf niet in het geschetste beeld, maar de bank houdt voet bij stuk. Er wordt meteen met de meest vergaande gevolgen gedreigd: opzegging bankrekening en de hypotheek. 

Dit scenario speelt zich vaker af dan u denkt. En de rechtspraak van de afgelopen twee jaar heeft één ding duidelijk gemaakt: uw rechtspositie is sterk afhankelijk van de vraag op welke grondslag de bank opzegt. Het verschil is groter dan het lijkt.

Twee soorten opzegging: één cruciaal onderscheid

Een bank kan een bankrelatie opzeggen op basis van haar contractuele bevoegdheid (artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden) én op basis van een wettelijke plicht die voortvloeit uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — de Wwft.

Bij een contractuele opzegging toetst de rechter of het gebruik van die bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). Daarbij worden uw belangen als klant — het vrijwel onmogelijk deelnemen aan het maatschappelijk verkeer zonder bankrekening — expliciet afgewogen tegen het belang van de bank. Dat is de klassieke toets, en op die toets zijn klanten de afgelopen jaren met succes naar de rechter gegaan.

Maar als de bank stelt dat zij op grond van artikel 5 lid 3 Wwft verplicht is de relatie te beëindigen omdat zij het cliëntenonderzoek niet kon afronden, verandert het speelveld wezenlijk. De Rechtbank Midden-Nederland formuleerde het in mei 2025 scherp: wanneer de opzegging voortvloeit uit een wettelijke plicht, “is er voor een rechter in beginsel geen ruimte meer voor het maken van een belangenafweging of voor de vraag of de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of voor de vraag of de zorgplicht van de bank niet aan de opzegging in de weg staat.” (ECLI:NL:RBMNE:2025:2911). Diezelfde lijn werd bevestigd door dezelfde rechtbank in maart 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:1107).

De bank verschuilt zich dus achter een wettelijke verplichting — en dat werkt.

Wanneer mag de bank dit doen?

De Wwft verplicht banken tot doorlopend cliëntenonderzoek (artikel 3 Wwft) – ook wel een klantonderzoek. Zij moeten weten wie hun klant is, wat diens activiteiten zijn en of de transacties daarbij passen. Kunnen zij dat onderzoek niet afronden, dan zijn zij wettelijk gehouden de relatie te beëindigen.

Daarvoor is geen bewijs van witwassen of fraude nodig. Het gaat erom of de bank aannemelijk maakt dat zij haar wettelijke taak niet kan vervullen bij gebrek aan medewerking of transparantie van de klant.

De rechter toetst de opzegging op het moment dat zij plaatsvond — de zogenoemde ex tunc-toetsing. Wie daarna alsnog documenten aanlevert of nadere uitleg geeft, verandert in beginsel niets aan de rechtmatigheid van de opzegging op dat moment (ECLI:NL:RBMNE:2025:2911; ECLI:NL:RBMNE:2026:1107).

Dat maakt het verweer in kort geding lastig. Toch zijn er nog steeds manieren om u te weren.

Wat kunt u nog aanvechten?

Hoewel de rechter in een Wwft-opzegging geen ruimte ziet voor een klassieke belangenafweging, betekent dat niet dat elke opzegging standhoudt. De vraag die de rechter wél stelt, is of de bank aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar cliëntenonderzoek redelijkerwijs niet kon afronden — en of zij dat onderzoek op zorgvuldige wijze heeft uitgevoerd.

De Rechtbank Overijssel wees in februari 2024 een vordering toe en gelastte ABN AMRO de bancaire relatie voort te zetten, omdat de integriteitsrisico’s onvoldoende aannemelijk waren gemaakt (ECLI:NL:RBOVE:2024:595). De bank schoot te snel naar haar uiterste middel, zonder het feitencomplex voldoende te onderbouwen.

Wie zich verweer, doet er dus verstandig aan te onderzoeken: heeft de bank de juiste vragen gesteld, genoeg tijd gegeven, en is haar conclusie dat het onderzoek niet kon worden afgerond houdbaar? Een rechter die oordeelt dat de bank het klantonderzoek niet deugdelijk heeft uitgevoerd, zal haar handelen alsnog kunnen corrigeren.

De waarheidsplicht van de klant: een extra risico

Actuele rechtspraak laat nog een ander gevaar zien: klanten die in de procedure onjuiste of onvolledige informatie verstrekken, lopen het risico dat de rechter hun vorderingen als niet-ontvankelijk beschouwt. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in maart 2026 dat een klant die tegenover de rechter had verzwegen dat hij ook andere bankrekeningen had, zijn recht op bescherming had verspeeld. Het schenden van artikel 21 Rv — de waarheidsplicht in de procedure — stond aan toewijzing van de vordering in de weg (ECLI:NL:GHARL:2026:1470).

Tweede kans rekening: ook die kan worden opgezegd

Wie bij een bank zijn reguliere rekening kwijtraakt en niet elders terecht kan, kan soms een beroep doen op de Convenantrekening — de zogenoemde tweede kans rekening. Maar ook die biedt geen levenslange garantie. De Rechtbank Amsterdam oordeelde in juni 2025 dat ING een Convenantrekening mocht beëindigen nadat de rekeninghouder eerder al bij de reguliere rekening was betrokken bij fraude, en ook met de Convenantrekening frauduleuze betalingen had ontvangen. Het vertrouwen was onherstelbaar geschaad (ECLI:NL:RBAMS:2025:4465).

Wat moet u doen als uw bankrekening wordt opgezegd?

De eerste stap is altijd: reageer tijdig en volledig op vragen van de bank. Wie vragen onbeantwoord laat of niet de gevraagde documentatie aanlevert, geeft de bank een steeds sterkere positie. De bank mag op dat moment concluderen dat het cliëntenonderzoek niet kan worden afgerond.

Bent u al geconfronteerd met een opzeggingsbrief, dan is snelheid van handelen essentieel. Een kort geding kan in een vroeg stadium de opzegging opschorten of terugdraaien — maar hoe langer de rekening al is beëindigd, hoe moeilijker herstel. Bovendien geldt: wie in de procedure niet volledig transparant is, riskeert niet alleen de zaak te verliezen, maar ook zijn of haar geloofwaardigheid voor de toekomst.

Fennek Advocaten staat geregeld klanten bij in procedures over de beëindiging van bankrelaties. Of het nu gaat om een privérekening, een zakelijke rekening of een hypotheek die wordt opgeëist: wij beoordelen of de opzegging juridisch houdbaar is en wat de beste strategie is.

Heeft u een brief ontvangen over de beëindiging van uw bankrekening of bancaire relatie? Neem dan contact op via info@fennekadvocaten.nl of jasper@fennekadvocaten.nl.

Fennek Advocaten – Amsterdam – Financieel recht en procesrecht