Advocaat bestuurlijke boete

Bestuurlijke boete bij onderneming 

Een bestuurlijke boete kan op een veelvoud van wetgeving zijn gebaseerd en dus kan vrijwel iedere ondernemer ermee te maken krijgen. 

Waar is de bestuurlijke boete in de wet geregeld? 

In de Algemene Wet Bestuursrecht is dat geregeld in artikel 5:40 en is gedefinieerd als een bestraffende sanctie die een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom inhoudt. Vanzelfsprekend komt de bestuurlijke boete ook terug in allerlei andere wetgeving, zoals de Mededingingswet, Pensioenwet, Gemeentewet, de Wet op het financieel toezicht, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Indien een overheidsorgaan voornemens is om een bestuurlijke boete op te leggen, zal er (vanaf een bepaalde hoogte) een voornemen worden gestuurd, waarin de belanghebbende de mogelijkheid krijgt om een zienswijze naar voren te brengen. Dit wordt ook wel de ‘hoorplicht’ genoemd. Als de boete hoger is dan EUR 340,-, moet er een rapport of een proces-verbaal worden opgemaakt. 

Verweer tegen bestuurlijke boete 

Het opleggen van een bestuurlijke boete wordt steeds populairder. Het is een snelle en effectieve manier om te straffen en de overheid maakt daar maar wat graag gebruik van. Een bestuurlijke boete is echter een criminal charge en is omgeven met uit het strafrecht voorkomende waarborgen. Deze waarborgen komen terug in het bestuursrecht en meer in het bijzonder in de Algemene Wet Bestuursrecht. Enkele beginselen zijn: het legaliteitsbeginsel (dat betekent dat er geen boete kan worden opgelegd, zonder dat dat in de wet is vastgelegd), het zwijgrecht (als verdachte/de beboete onderneming hoef je niet te reageren op beschuldigingen), de cautieplicht (in het Engels ook wel: “you have the right to remain silent”), het ne bis in idem beginsel (er mag niet twee keer voor hetzelfde feit worden gestraft) en natuurlijk geen straf zonder schuld. 

Verweer tegen een bestuurlijke boete kan natuurlijk in de eerste plaats worden gevoerd op de inhoud. Wat is de overtreding en is die overtreding daadwerkelijk begaan? Daarvoor is natuurlijk relevant waarvan de beboete partij wordt beschuldigd. Eigenlijk is dat vergelijkbaar met de tenlastelegging in het strafrecht. Kunnen de elementen die in de tenlastelegging genoemd worden wel bewezen worden en gegrond worden op het artikel? Vereist bijvoorbeeld het artikel schuld, opzet en hoe is dat omschreven? Daarvoor kan ik, als advocaat bestuurlijke boete, u natuurlijk helpen. 

Dan zijn er nog de formele aspecten, zoals ik die net heb genoemd. 

Boete te hoog: matiging? 

Bij een boete is het allereerst van groot belang na te gaan hoe het boetebedrag is opgebouwd en of er wellicht beleid is aangaande de boete. Dat laatste is er (bijna) altijd en houdt in dat in overheidsbeleid wordt aangegeven hoe een boete is opgebouwd. Hierbij wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de vraag of de onderneming voor het eerst beboet wordt, of er sprake is van opzet, in hoeverre andere partijen zijn benadeeld door het handelen van de beboete partij. Simpel gezegd: de ernst en de duur van de overtreding en alle relevante omstandigheden van het geval spelen vaak een rol en zijn vervat in beleid.

Naast beleid is er ook meestal andere lagere regelgeving waarin de grondslag van boetebedragen wordt geduid. Boetes kunnen ook vaak verhoogd worden als er sprake is van voordeel. In strafrecht wordt dat dan ‘het ontnemen van wederrechtelijk voordeel’ genoemd. In het bestuursrecht is dat niet heel veel anders.

Navigatie

Rechtsonderwerpen