Bodemprocedure

Wat is een bodemprocedure?

Een bodemprocedure is een term die niet vaak gebruikt wordt. Vaker wordt gesproken over een rechtszaak. Een bodemprocedure is eigenlijk de normale procedure in civiele zaken, waarbij een definitief oordeel wordt gevraagd van de rechter. Dit in tegenstelling tot het kort geding, waarin een voorlopig oordeel wordt gevraagd. Een bodemprocedure begint met een dagvaarding of een verzoekschrift. In een dagvaarding / verzoekschrift moeten de feiten worden opgesomd die de vorderingen van de eisende partij ondersteunen. Het eindigt met de eis of het verzoek: datgene wat de eisende of verzoekende partij in de procedure wil. 

Hoe verloopt een bodemprocedure?

De bodemprocedure begint met een dagvaarding of verweerschrift. Vervolgens mag de verwerende partij schriftelijk reageren en wel door een zogenaamde conclusie van antwoord of verweerschrift. De verwerende partij kan ook een tegeneis instellen. In een dagvaardingszaak wordt dat wel een ‘eis in reconventie’ of (simpeler) ‘tegeneis’ genoemd. In een verzoekschriftprocedure wordt het een zelfstandig tegenverzoek genoemd.

Na de schriftelijke rondes zal er vaak een zitting worden bepaald. Dit wordt een comparitie van partijen genoemd.  Een comparitie is een verschijning voor het gerecht, een opkomst, een bijeenkomst ter beraadslaging, of een zitting. Dit wordt een inlichtingen- en schikkingscomparitie genoemd, waarbij de rechter (logischerwijs) nadere inlichtingen kan vragen en een schikking kan beproeven.

Schikking in een bodemprocedure

Aan het slot van de comparitie, de zitting, wordt vaak de vraag gesteld: hoe nu verder? Het kan zijn dat de rechtbank zich nog onvoldoende ingelicht acht en partijen in de gelegenheid stelt om nog een schriftelijk stuk te nemen, ofwel een conclusie (een uitgebreid schriftelijke stuk) of wel een akte. Als er nog een tweede schriftelijke ronde plaatsvindt, dan worden dit een conclusie van repliek en dupliek genoemd. 

Maar vaak wordt er ook tijdens de zitting (of tijdens de procedure) geschikt. In sommige gevallen helpt de rechter daarbij, door bijvoorbeeld aan te geven hoe de rechter voorlopig tegen de zaak aankijkt. Als er wordt geschikt, dan kan gevraagd worden aan de rechter om te helpen bij het op papier zetten van de schikking.